Search

Wendert

Ontladen

Neem het over

Geef het over

Het loze dat je zo bemind

Doe maar weg

Ga maar weg

Het is geen verlies als je wint

Maak het waar

Het is waar

Van minderen wordt minder meer

Je hebt alles

Je bent alles

De woorden uit een wijze leer.

Advertisements

The lamp.

hanglamp mozaiek mh51

Her eyes stare up at the lamp she bought in Istanbul.

In one of the many shops that had them on offer she had bargained a good price. Neatly packed in bubble plastic she took it with her in a bag, holding on to it on her lap, during her journey. She took care of it, like nothing before in her life, for months. And did everything she could to protect it so it would not break.

Once safe at home, she unpacked the frame, hung it from the ceiling and placed the six colorful bulbs gently within the holders, holding them with featherlight touch careful not to damage them. There was something special about this lamp. She had known it as soon as she saw it. She had seen many, but this one was different. She could not explain why, and the thought had come to her that not everything in life needs to be explained.

The mozaiek of colors blue, yellow, red, white, green, lilac, rose, silver, orange and copper, shimmers, and reflects a warm forgiving light that blemishes any imperfections.

The lamp is perfectly broken with all its small pieces of colored glass glued together in tear shapes, hanging, one by one, draped in perfect descending circles, just above her.

She loves how the light of this lamp warms the room with a welcoming tone, as if there is no place else you’d rather be. She placed her antique divan so she looks at the lamp from underneath it. Staring into the shimmerings and reflections endlessly.

In the center of the room. The center of the lamp. The center of her attention.

If you were to look through her window, in a sheer coincidence moment, passing by. You’d probably halt yourself to take just the one small step back. You’d stand there for a moment that would last longer than you yourself consider to be polite. The scenery would remind you of returning home after a long travel, and the smell of fresh warm food coming from the kitchen to greet you at the end of a cold winter’s day. You’d stand there in the freezing cold, it might rain and yet you’d feel a warm glow rise from within, just before you continue to your destination, with a spirit slightly more uplifted than before.

She won’t notice you were ever there. Where did she go?

 

Dat deed de deur dicht.

13537659_10153810467542677_6097451043061291232_n

‘Godverdomme!!!’ Hij schreeuwt het uit, bijna kermend als een gewond dier terwijl hij een stoel dwars door de woonkamer dreigt te gooien. Hij zet de stoel in plaats daarvan heel hard terug op de grond. Hij ijsbeert heen en weer, zijn lichaamstaal een met zijn gevoel, want hij weet niet waar hij het moet zoeken.

Zo emotioneel heeft ze hem in tijden niet gezien. Het is geen agressie. Hij is gekwetst.

Drie maanden geleden was de situatie anders. Toen liet zij zich op haar knieën zakken uit verdriet en onmacht om dat hij voor haar had gestaan als een vreemde. Toen liet hij haar raden naar de reden dat hij plots na vijf jaar, de koele mededeling deed dat hij de relatie beëindigde. En zonder omkijken haar daar op de grond achterliet.

Vier en een halve maand later stond ze bij hem in de woonkamer..

De eerste maand had ze niet anders kunnen doen dan huilen, en meer dan eens smeekte ze hem om er nog eens samen over te praten. Steeds opnieuw wees hij haar af. Ze zouden voor een kindje gaan, ze was al een jaar gestopt met de pil. Ergens wist ze ook wel dat ze elkaar al langer niet helemaal meer tegemoet gekomen waren, maar ze waren net terug van een heerlijke vakantie in Frankrijk, en hadden er samen goed over gepraat. Compleet overdonderd door zijn beslissing verkeerde ze simpelweg in shock. Het leek hem niets te kunnen schelen.

De tweede maand had ze zich kunnen herpakken, nog niet heel stabiel ging ze over tot het maken van eigen plannen. Ze ging weer sporten met vriendinnen en huilde niet meer elke dag. Maar als ze verdrietig was, dan kwam het diep vanuit haar buik en kon ze niet anders dan gaan liggen, op de bank of op bed. Ze belde hem niet meer. Ze wist dat het geen zin had. Op een avond bij vrienden vertelde ze dat ze een week naar Parijs zou gaan om bij te komen. Gewoon, alleen, wandelen in een andere omgeving. Het zal bezorgdheid geweest zijn dat ze hem gebeld hadden, tot haar verbazing wilde hij met haar mee. Als een soort chaperonne had hij een andere plek in de trein naar Parijs genomen om te gaan zitten. Als zij hem even opzocht kon er niet meer af dan een kort praatje en had hij het zichtbaar druk met het lezen van zijn boek. Niet een keer kwam hij haar even opzoeken in het andere wagon van de trein waar zij zat.  Parijs werd er niet gezelliger op, ze hadden geen ruzie maar de sfeer was gespannen, en al gauw had ze spijt dat ze zich niet aan haar eigen plan gehouden had om alleen te gaan. Toch leek hij de laatste dagen in die mooie stad wat bij te draaien. En dat gaf haar hoop. Hij gaf haar hoop. Maar eenmaal thuis liet hij in een korte kille sms weten dat hij alsnog geen relatie meer met haar wilde.

De derde maand brak aan, en hij had tegen de verwachtingen van in een beetje contact met haar gehouden. Maar ze zou niet nog een keer haar eigen hart breken door te hopen dat hij er nog eentje voor haar had. En hoewel ze inmiddels de reden wist dat hij niet met haar verder wilde, was ze het nooit met hem eens geweest dat het niet op te lossen zou zijn. Ze trok nu al zo lang aan een dood paard, dat ze het opgegeven had. Ze kreeg weer aandacht van andere mannen, en haar vriendinnen raden haar aan daar wat meer naar te kijken. Het zou bovendien goed zijn voor haar zelfvertrouwen. En ze was het ook zo zat zich een zielig hoopje mens te voelen.  Het was echt, ontzettend tijd dat ze haar eigen leven in haar handen nam. Dus ging ze over tot die one night stand. Een smakeloze poging om vijf jaar intense liefde te vergeten, die ze had gevoeld in haar hele wezen En nu alleen nog maar vergeten wilde. De seks was een afknapper, net als het condoom dat met moeite om werd gedaan. Deze one night stand was een sneue poging met een al net zo sneue jongen. Eigenlijk iets dat ze nooit deed. En terwijl het gebeurde wist ze meteen weer waarom. Ze nam het zekere voor het onzekere en nam een morning after pil, als kater.

Alsof hij voelde dat ze een keerpunt had bereikt, opperde hij dat hij misschien wel overwoog met de feestdagen hun ring weer om te willen doen. En voor het eerst had ze met twijfels naar hem toe gereageerd. Ze begreep niet eens waarom hij daar ineens mee kwam. Hij had haar tenslotte alleen maar afgewezen en voor gek verklaard.

Zes jaren zijn er voorbij.. Ze zit aan haar keukentafel in haar Rotterdamse appartement. Ze heeft hem nog weleens zien lopen, maar hij doet net alsof hij haar niet kent, ook al weet ze dat hij haar wel gezien heeft. Hij heeft vast nooit iemand verteld dat ze twee jaar na de gebeurtenis nog even contact hebben gehad. Elkaar zelfs nog even hebben opgezocht..

Nu gaat ze verhuizen, en ze is het doosje waar zijn ring in zit, tegen gekomen achterin een van de lades in haar kast. Dit is het doosje dat altijd met haar mee gegaan is, waar ze ook was.Behalve nostalgie was er geen enkele reden om zijn ring nog te bewaren. Hij zou de ring nooit meer dragen en waarschijnlijk niet eens missen. Ze had het gewoon nooit over haar hart kunnen verkrijgen om het laatste stukje ook echt weg te gooien. Ze hadden ze speciaal op maat laten maken, robuust maar zacht afgerond. De binnenzijde gegraveerd, en op de ring de letters van hun voornamen gezet. Hij de hare, zij de zijne. En trots waren ze erop geweest. Toen.

Soms droeg ze die van haar nog. Bovendien zat de ring lekker en stond hij leuk bij andere ringen die ze weleens gecombineerd droeg. Ze liet de zijne door haar handen gaan, door haar vingers rollen en deed de ring zelfs nog even om. Glimlachend herinnerde ze zich zijn worstenvingers, zoals hij ze zelf altijd noemde. Veel te groot voor haar lange slanke vingers viel de ring terug op de tafel. Ze sloot de ring in een envelop. Haar gedachten gingen terug naar al die jaren geleden..

Zijn woede, of het nu vanuit zijn ego kwam, of zijn hart.. was intens geweest. En terwijl ze naar hem keek, wist ze dat zij de laatste was die hem ooit nog zou kunnen troosten. Zelfs nu voelt ze nog de knoop in haar maag die ze toen had.

Vrienden die haar al snel zouden gaan laten vallen, hadden het haar afgeraden het hem eerlijk te vertellen. Maar ze wilde niet dat hij van iemand anders zou horen dat ze zwanger was geraakt tijdens die sneue one night stand. Erachter komen zou hij toch wel. Net zoals met haar plannen voor Parijs. Hij pakte haar vast in een poging zichzelf en haar te troosten en stelde voor haar naar een abortus kliniek te brengen, hij zou haar steunen als ze het weg liet halen, ook al wilde hij haar niet meer. Dit was het zwaarste gesprek dat ze ooit in haar leven had moeten voeren. Een keer hebben ze samen bij de abortuskliniek gezeten, toen ze net samen waren. Ze vonden het vreselijk, maar het was niet het goede moment. De pijn van het aborteren van hun kindje, de krampen van de abortuspil, oh nee.. ze wist; ‘Dat nooit meer’. Tegen alles in zou ze voor haarzelf en haar kindje kiezen. En dat is wat ze deed.

Een paar weken later ging het mis. Met spoed werd ze overgebracht naar het ziekenhuis waar ze zelf geboren was. Een kijk operatie en een curretage verder, ontwaakte ze trillend uit de narcose. Ze zou geen kinderen meer krijgen. Getraumatiseerd, en niet langer zwanger, keerde ze terug naar huis.  Er waren meerdere deuren voorgoed dicht gegaan.

Maanden, dagen, jaren, en het hier en nu, lopen even door elkaar als ze de envelop sluit en voor zich legt. Ze voelt zich verdrietig dat het ooit allemaal zo geëindigd is. Dat is haar straf voor die one night stand denkt ze sarcastisch. Ze pakt een oude doos met foto’s en ziet de jaren, die ze samen waren, door haar handen glijden. Hij kreeg haar altijd aan het lachen.  Ze vond het heerlijk hoe ondernemend hij was, en lief ook. Ze was nog zo idioot jong, en bijna twintig kilo zwaarder. Onzeker. Ze stapt nu een stuk lichter door het leven en lacht om de foto’s en om zichzelf. Hij zou haar niet eens meer kennen. Het was een vorig leven.

Ze pakt de foto’s en de envelop met zijn ring, en loopt naar beneden, naar buiten.  Heel even houdt ze haar adem in.. en steekt de straat over naar de ondergrondse afvalcontainer. Dan staat ze daar met lege handen. Ze heeft het eindelijk gedaan. Zijn ring weg gegooid. Er ontsnapt een zucht.

Ze doet de klep van de container naar beneden, en nu zelf, de laatste deur dicht.

If.. by Rudyard Kipling

Just want to share this beautiful poem ♡ 

IF..

If you can keep your head when all about you 

Are losing theirs and blaming it on you

If you can trust yourself when all men doubt you

But make allowence for their doubting too

If you can wait and not be tired by waiting

Or being lied about, dont deal in lies

Or being hated, dont give way to hating

And yet dont look too good, nor talk too wise

If you can dream

And not make dreams your master

If you can think and not make thoughts your aim

If you can meet with Triumph and Disaster

And treat those two imposters just the same

If you can bear to hear the truth you’ve spoken

Twisted by knaves to make a trap for fools

Or watch the things you gave your life to, broken

And stoop and build ’em up with worn out tools

If you can make one heap of all your winnings

And risk it on a turn of pitch-and-toss

And lose, and start again at your beginnings

And never breathe a word about your loss

If you can force your heart and nerve and sinew

To serve your turn long after they are gone

And so hold on when there is nothing in you

Except the will says to them;”hold on!”

If you can walk with crowds and keep your virtue

Or walk with Kings- nor lose the common touch

If neither foes or loving friends can hurt you

If all men count with you, but none too much

If you can fill the unforgiven minute

With sixty seconds’ worth distance run

Yours is the earth and everything that’s in it

And-wich is more- you will be a man, my son! 

Hussein

 

Ik dacht niet meer aan hem, zoals je niet meer aan elke herinnering uit je jeugd terug denkt. Niet vergeten maar ook niet meer aanwezig in je alledaagse bezigheden en leven.

Tot ik na een avond bij vrienden in de metro onderweg naar huis het gesprek nog eens naliep dat ik met hen had naar aanleiding van een stuk dat ik geschreven had. Het gesprek dat ik had met vrienden ging over overtuigingen die kunnen botsen in het dagelijks leven. Over verschillen van geloof en hoe deze onderdeel zijn van de identiteit van mensen. Het was een open gesprek, en een interessant gesprek. Wat was racisme eigenlijk? En hoe ver gaat racisme? Een onderwerp dat ook steeds meer in nieuwsberichten terug komt.

En onderweg naar huis kwam mijn eigen eerste ervaring met racisme terug. Ik ben opgegroeid in een buurt waar veel eerste generatie turken woonden en met hun kinderen ging ik naar school. De basisschool. Ik wist wel dat zij anders waren, vooral doordat zij een taal konden spreken die ik niet kon. Ikzelf vond er verder niet veel anders aan.

Ik speelde tikkertje met hen op het pleintje op school of in de buurt. We noemde de hoogste flat in de wijk de Turkenflat omdat er veel Turkse mensen in woonden, en we speelden verstoppertje op de gallerijen. Ik vond dat Ok met Hanna moest trouwen later, want die waren dikke vrienden, en ik vond Habib lief, en Issie altijd leuk om mee op te trekken. En er was altijd een Turks meisje, die al wat ouder was, die ik heel knap vond. Op haar wilde ik stiekem wel een beetje lijken.

Er waren geen problemen, wij waren kinderen.

Ik weet niet meer hoe oud ik was, maar het was de fase van ontluikende verliefdheden en ik zal niet ouder zijn geweest dan twaalf of misschien dertien, toen ik Hussein ontmoette. Een prachtige jongen. Net zo oud als ik, en zo onbevangen. Zijn zachte vriendelijke ogen, een open gezicht, en gulle lach. Hij was lief. Een goede jongen.  We kregen verkering. Hij vroeg mij, en ik zei ja. Het was onschuldig, ik weet nog dat hij mij na een paar weken met hem mee naar huis nam en ik zijn moeder ontmoette. Hij gaf me die dag een gouden ketting met een blauw oogje eraan. Die dag, en in de dagen daarna waren we onafscheidelijk.

Maar mijn vader kreeg er lucht van. Ik weet niet meer hoe dat kwam, maar ik weet wel wat volgde.

Mijn vader verbood mij nog langer om te gaan met Hussein. Ik mocht geen verkering hebben. Dat vond ik maar stom en eigenwijs als ik was, weigerde ik datn ook te luisteren. Mijn vader pikte het echter niet en prentte me in dat het echt niet mocht. Het geloof van Hussein verbood het zei hij. Opgegroeid in een christelijke setting wist ik wel van geloven af maar bij ons thuis was het nooit iets waar we het verder over hadden. We waren zelf geen kerkgangers. En nu was het geloof ineens van groot belang. Ik begreep dat niet en bleef Hussein zien. Toen mijn vader daar achter kwam kreeg ik thuis de wind van voren, het zou tot een gesprek gaan komen met de Imam van de Moskee, en die zou het Hussein ook gaan verbieden en dan zou iedereen in de problemen komen.

Mijn vader verbood me nogmaals nog met Hussein om te gaan. Met de dreiging van de Imam boven me, wilde ik niemand in problemen brengen.

De volgende dag gaf ik Hussein zijn ketting terug. Ik weet niet meer wat ik gezegd heb. Maar ik weet nog wel dat het niet goed voelde, en ook nog dat ik me vreselijk voelde toen ik Hussein die dag zag weglopen. Hij verdween in het tunneltje dat mijn buurt van de zijne scheidde. De symboliek van dat moment drong toen nog niet tot me door. Met de felle reactie van mijn vader nog naklinkend in mijn hoofd verdween hij uit zicht. Ik mocht van mijn vader en van de Iman niet verliefd zijn op Hussein. En dat was dat.

Dat is het enige dat ik wist.

Ineens was Hussein anders dan ik. Niet vanwege de taal. Maar vanwege belangrijke mensen die het verboden. Was dit racisme? Was het angst? Ik heb het nooit begrepen, want we deden niets verkeerds.

Het was mijn eerste keer dat ik geconfronteerd werd met een ander geloof. Dat iets niet mocht vanwege een Imam. Dat ik iets dat ik liefhad op die grond moest afwijzen. Nog jaren heb ik getwijfeld of de Imam echt boos zou zijn geworden op Hussein. Of dat mijn vader het vooral over zijn eigen onbegrip had gehad? Was ik de eerste aanvaring voor Hussein met racisme?  Ik heb hem daarna nooit meer gezien. Het staat me bij dat hij verhuisd was. En uiteindelijk ben ik hem lange tijd vergeten. Maar ik had een les gehad in het maken van onderscheid op basis van geloof. 

Bijna dertig jaar later, zittend in de metro met mijn hoofd tegen het raam, weet ik het weer. En gelukkig, weet ik nu beter.  

Een herinnering kan niemand je verbieden.

Ervan leren ook niet.

 

Boks?

Geef-me-de-boks11-1132x670

 

Ik krijg een slap handje. Niet eens een echte hand, meer een soort stijve afwijzende, onbeantwoorde hand terug. Beleefd genoeg om een hand te ontvangen, maar afwijzend genoeg om de hand niet met hetzelfde gebaar te beantwoorden.

Ik ben verbaasd.

Ik heb er weleens over gelezen dat dit gebeurd maar nu ik het zelf mee maak is het ontzettend raar. Om zo, een geen hand te krijgen, wanneer je hem wel geeft.

Ik merk dat ik er op afknap.

En ondanks dat ik opensta voor de gebruiken van andere mensen die vanuit hun eigen cultuur anders dan de mijne kunnen, en mogen zijn. Vind ik dit echt zo onbeleefd. We weten allemaal waar een handdruk voor staat. Een begroeting, of in dit geval voor een besloten afspraak. Ter bevestiging en erkenning. We hebben met elkaar stilzwijgend afgesproken dat het in Nederland zo werkt.

Deze non handdruk vind plaats in mijn eigen huis. Ik merk dat ik me beledigd voel. Zoals ik me beledigd zou voelen wanneer er ondanks een rookverbod binnen toch zonder meer een sigaret opgestoken wordt. Als ik nog iets eerlijker met mezelf ben, besef ik me dat ik er eigenlijk gewoon kwaad over ben.

Mag ik dat zeggen?

Of heb ik dan geen goede manieren? Ben ik dan een racist of een of andere foob?

Ik vind dat je buiten de kaders van je eigen cultuur in een gemeenschappelijke democratische ruimte, die onze maatschappij is, je gebruik moet maken van algemeen aanvaarde en ‘afgesproken’goede manieren. Dat is je plicht als burger om de maatschappij waarin we met zijn allen leven leuk te houden, zodat ieders cultuur daarin kan bestaan zonder dat er ruzie van komt.

Zolang ik niet van de cultuur ben waarin er geen hand gegeven wordt, maar je bevind je wel in mijn huis, en in onze open democratische leefruimte, dan verwacht ik niet dat ik ineens rekening moet gaan houden met gebruiken die de mensen met hun vrienden delen of thuis gebruikelijk zijn.

Ja, dit zit me dwars. Meer dan ik leuk van mezelf vind, maar stukken minder dan dat het de man dwars zal zitten die mijn goede manieren zonder meer subtiel afwees.

Het zal ongetwijfeld zijn dat in zijn beleef(de) wereld ‘goed’ anders omschreven wordt dan in de mijne, maar het gemeenschappelijk goed gaat altijd nog boven de individualiteit als we het een beetje leefbaar met elkaar willen houden.

Het was maar een handgebaar, iets kleins.. maar toch. Religie, culturele normen en waarden, andere talen, dat doe je maar thuis. Niet ongevraagd bij een onbekende, bij een ander in huis, en ook niet in de gemeenschappelijke ruimte van onze maatschappij.

Bij een ander thuis hou je je namelijk aan de regels van de gastvrouw of heer. Zo wordt respect namelijk gegeven, en ook weer terug ontvangen. Wederzijds. Moet ik nu een bordje op mijn deur hangen met:
“Wat je thuis doet moet je zelf weten, maar bij mij thuis geven we elkaar gewoon een hand.”

Misschien moet ik voortaan gewoon iedereen maar een ‘boks’ geven..

 

(c) Wendert

 

Rauw

giovanigenitori-nitriti-nitrati-e-prosciutto

Ik geloof in verkeerd geplaatste komma’s

Spelfouten uitgegoten over het papier

Vergeten witregels en opeen geplakte zinnen

Van haast.

 

Direct uit het brein, rechtstreekse gevoelens

Woordstront uitgesmeerd over het papier

Vanuit een kamertje achteraf in impulsiviteit

Met kracht.

 

Vergeet de intervallen van sociaal besef

Geen woede omdat het correct dramatisch is

Of omdat het ergens voor moet staan

Maar rauw.

(c) Wendert

Applaus

applaus

Tussen mijn vingers balanceert een half opgerookte sigaret

Aan het randje van mijn tenen bungelt het puntje van mijn schoen

Ik zie gestreken jasjes, stijve lippen, letters in kaders, hoog geletterde

Ik ben geen en ik ben een, van hen laat hen binnen in de

Vierkante ruimte, uitgelichte spraak, wel bedichte woorden brei

Een talent van talen, waar alles een mening heeft verzonken in ongemeende

Gevoelens want kunst moet worden benoemd

 

Ik zie ramen zonder uitzicht, waar de kijker met oren betaald

Betaald zijn de sprekers voor het grotere goed van

Een bijna verloren droomvlucht dat ondanks alles leeft

Spreek en schrijf, noem en zie, hoor en voel hoe het je meeneemt

Naar ver van hier, een plek dicht bij jou

Alles mag los vast zijn zolang het op zijn minst te plaatsen is

 

Verlies je! In de uitgegoten flow, die niet rijmen wil

Maar gerijmd moet worden, om te mogen bestaan

Op het banale podium dat alles belangrijker en groter

Maakt dan de simpelheid van haar eenvoudig bestaan.

 

Woorden voelen maar neem je verstand mee

Een perfectie in haar natuurlijk balans dat

Stuwt en je laat zingen in een wereld los van jouzelf

Ritmen, synoniemen, metaforen, laat je horen! Laat je horen!

En wij zullen zien

Een applaus!

De simpele ziel,

Schrijft.

 

(c) Wendert

 

De Gibbon

 

5546612

Een pilotenzonnebril. Maar dan niet zo’n moderne hippe met gekleurde weerspiegelende glazen, maar zo eentje die Tom Cruise droeg in Top Gun. Het is het eerste wat ze ziet. En haar blik blijft hem nog eventjes volgen, terwijl ze lui op een van de stoelen zit op het terras van de strandtent.Het is warm, en ze zit samen met een vriendin aan een verkoelend drankje, te kletsen en te kijken. Haar vriendin heeft haar hond mee genomen, die rustig, liggend aan hun voeten onder het tafeltje de schaduw heeft opgezocht. Er staat vandaag geen wind, het zijn alleen de mensen die de warmte weg zuchten.

Zijn haren zijn nonchalant in middellange lokken geknipt, en terwijl hij met zijn hand door zijn haar gaat, laat hij deze nog even rusten in zijn nek. Hij heeft iets kwetsbaars, en hij is knap. Met een vriend op pad zo te zien, en ze wandelen vanaf het strand hun kant op. Zijn vriend is een lange man, te bleek voor het seizoen van het jaar, maar een imposant postuur, en een brede gulle lach op zijn gezicht onder een kaal hoofd dat net iets teveel glimt. ‘Mooi kaal is niet lelijk, tenzij zijn hoofd glimt’  Lacht Ineke naar haar vriendin terwijl ze een knikje in de richting van de twee mannen geeft die langzaam dichterbij komen. De mannen komen aan het tafeltje naast hen te zitten. En Ineke spitst haar oren om te kunnen horen waar de mannen over in gesprek zijn. ‘Ze spreken Engels, waar zouden ze vandaan komen?’ Vraagt ze haar vriendin. ‘Nou, antwoord Faya, ‘is dat geen goed idee om te vragen dan?’ En Faya draait zich om en vraagt aan de kale man; ‘Where are you from?’Ineke schiet in de lach om het zware Nederlandse accent dat in het Engels van haar vriendin ligt. En Feisel die tot dan toe rustig onder de tafel lag, kijkt er ook van op.‘Nice dog’ is het antwoord. En Ineke zegt dat hij Feisel heet. De pilotenman roept Feisel bij zich, en Ineke kijkt naar hem terwijl hij de hond aanhaalt. Ze vind hem leuk. Het kriebelt in haar buik, en een licht gevoel stijgt naar haar hoofd. Hij lijkt het aan haar te kunnen zien, en knikt subtiel naar Ineke die dan de moed uit haar tenen haalt en vraagt; ‘Hoe heet je?’ Robert, maar ze noemen me Mally. Zijn vriend valt lachend in en roept; ‘Trap er niet in hoor meisje, we noemen hem onze aap! De gibbon!’

Faya maakt er meteen werk van en nodigd de twee uit om aan tafel te komen zitten.Helaas hebben ze daar geen tijd voor, maar tot Ineke’s grote verrassing nodigt Mally haar uit een keer wat te gaan drinken. Ze wisselen telefoonnummers uit en Ineke zakt terug in haar stoel terwijl de twee heren opstaan en weglopen.

‘Oh jee’, zegt Faya.. ‘Je bent verliefd!’ Ineke lacht, geloof je in liefde op het eerste gezicht?’

Ineke weet niet meer hoe hun eerste date ook alweer was gegaan, maar na die eerste ontmoeting hebben ze elkaar niet meer los gelaten. Als een blok viel ze voor zijn zachte gebaren, zijn lieve stem met dat grappige Engelse accent, en hij pakte haar in, door vreselijk lief voor haar te zijn, dan nam hij haar bij zich en praatten dan uren met elkaar, om vervolgens samen op zondag samen naar de benzinepomp te rijden om daar snoep in te slaan, zodat ze allebei lekker op de bank tegen elkaar aangekropen met al dat snoepgoed een thuisbioscoop maakten met hun favoriete films. Wanneer Mally door de week thuis kwam van zijn werk, inmiddels bij haar ingetrokken in haar appartement, maakte zij wat lekkers te eten en gingen daarna samen nog even op pad. Ergens wat drinken, naar de bioscoop, of gewoon een stuk rijden of wandelen. En er ging geen dag voorbij zonder dat er werd gevreeën. Allebei hevig verliefd als twee magneten tot elkaar aangetrokken.

Mally stelde haar voor aan zijn vrienden, zijn collega’s met wie hij bij een Nederlands autobedrijf werkte, en liet haar zijn werkplek zien, en zijn werk als autospuiter. Elke week als er een lading nieuwe auto’s de Rotterdamse havens werden ingevoerd werden alle laatste oneffenheden weggewerkt, door de auto panelen opnieuw te spuiten met verf, op te poetsen, en klaar te maken voor de definitieve verkoop op de Europese markt. Hij was trots op zijn vak. En hij glom al net zo van trots als zijn collega’s goedkeurend naar hem knikte als hij Ineke voorstelde aan hen.

In Engeland opgegroeid, was hij daar al jong vader geworden van twee zoons. Hij sprak over hen en hoeveel hij ze mistte. De tranen stonden dan in zijn ogen. Hij vertelde ook over de ruzies die hij met de moeder van zijn kinderen had, waarna het contact met haar en de kinderen verbroken werd. Het gezin waarin hij zelf was opgegroeid, functioneerde niet veel beter. Het had hem allemaal regelmatig tot wanhoop gedreven. Vanaf jonge leeftijd via de contacten van zijn vader jaren op een olieplatform gewerkt, en heen en weer gependeld tussen werken op zee en het noorden van Engeland, waar hij vandaan kwam. Om zijn kinderen te kunnen onderhouden, voordat zijn ex alle banden doorsneed. Daarna uiteindelijk gekozen om voor zichzelf een weg te banen in een nieuw vak, dat hem uiteindelijk naar Nederland bracht. Naar dat strand.. en nu naar haar.

Ineke zelf was ook niet zonder problemen opgegroeid, zonder moeder, en thuis in een gezin waarin ze vaak op zichzelf terug geworpen werd, was ook zij al vroeg uit huis gegaan in een poging op haar eigen twee benen te gaan staan. Ineke vond het nog weleens moeilijk, maar deed haar beste om overal het beste van te maken. Ze wilde gewoon haar hart kunnen volgen, en met Mally deed ze dat.

Maar Mally had een donkere kant. Waar ze al snel kennis mee zou gaan maken. Door zijn vrienden wordt hij speels ‘de gibbon’ genoemd, maar zij noemt hem Jackyll and Hyde..

Drie jaar verder, en vele waarschuwingen van Faya later, zit Ineke hyperventilerend op de vloer van haar badkamer met de deur op slot. Ineengedoken met haar handen voor haar gezicht durft ze amper te ademen, toch ademt ze, oncontroleerbaar op het ritme van haar hart dat uit haar borstkas naar haar keel is geschoten en in een snel tempo haar bloed door haar lichaam pompt terwijl ze zich niet lijkt te kunnen bewegen. Met haar ogen dichtgeknepen ziet ze de afgelopen drie jaar voorbijkomen, en voelt ze de koude tegelvloer onder haar billen wegzakken. Buiten de deur hoort ze hem lopen. Ze hoort hem schelden. Ze ziet hoe hij een biertje pakt, hoe zijn blik veranderd, hoe hij haar vragen stelt die nooit een goed antwoord hebben. Ze ziet hoe ze sust, om hem heen loopt, ze ziet zichzelf terwijl ze zichzelf is. Maar herkennen doet ze het niet. Opgelucht als hij de voordeur achter zich dicht trok, heeft ze hem ooit ook echt buitengesloten, waarna hij de ruiten intrapte en ze de politie belde.

Hij keerde altijd terug. Vol spijt, vol verdriet, en ze kon nooit boos blijven, haar hart lag al te veel overhoop en als hun ogen elkaar dan weer ontmoetten, zagen ze allebei hoop dat het antwoord dan toch nog in bereik lag. Maar het duurde nooit langer dan drie dagen. En altijd was er alcohol in het spel. Dan verdween zijn gevoelige blik, en maakte plaats voor een holle uitdrukking en zijn lichaam leek te verstijven. Dan kwamen de vragen, de jaloezie, en begon hij alles aan haar af te kraken. Steeds gemener. Hij lachte haar dan uit, dat zelfs haar eigen moeder haar niet wilde. Soms pikte ze het niet en zei ze er wat van. En dan kwam het weleens voor dat de ruzie echt escaleerde. Hij sloeg haar nooit, maar als hij heel dichtbij kwam duwde Ineke hem van zich af. Wanhopig hem tot rede brengend met alles dat ze in zich had, maar echt helpen deed het nooit voor lang. En ze werd steeds stiller. Er was inmiddels al zoveel meer gesneuveld dan alleen de ruit van de voordeur.

Een half jaar geleden hebben ze zijn familie opgezocht in Engeland. Het was kerst en voor het eerst sinds tijden was er al een tijdje niets meer voorgevallen. Dus Ineke durfde de reis wel aan. Ze durfde haar piekeren een beetje los te laten, en ondanks alles hield ze ontzettend veel van hem. En als het goed ging, was het ook echt heerlijk samen. Dan kon ze de angst even wegzetten, en was alles weer zoals toen. Toen het nog niet gebeurde. Ook al wist ze nu wel beter, ze brak liever haar hart door bij hem te zijn, want wie zou ze zijn zonder hem? Dat wist ze eigenlijk niet zo goed.  Voor de zekerheid zou zorgen dat ze wat extra geld achter de hand had, voor het geval dat. Maar Mally verzekerde haar dat het een hartelijk onthaal zou worden en hij overal voor zou zorgen. Hij beloofde haar niet te drinken. Ze hadden er samen veel over gesproken, en het erover eens dat het steeds door alcohol gebeurde dat er ruzie kwam.

Een paar weken daarna stapten ze op de boot naar Engeland. Mally hield zich aan zijn belofte en dronk geen druppel. Ze zouden er anderhalve week verblijven. Ineke had zin om iedereen te ontmoeten en te zien waar Mally was opgegroeid. Ondanks dat ze wist dat hij het er ook moeilijk had gehad. Eenmaal in Engeland logeerden ze bij zijn vader. Zijn vader was een grote brede man, een oud bokser, hardvochtig, en gek op zijn hond die op zijn beurt weer gek was op ballonnen. De moeder van Mally woonde in een klein huisje een stuk dichterbij de zee. Gorleston, net onder de rook van Great Yarmouth, een kleine plaats waar iedereen elkaar kent. Als ze met Mally de lokale pub in kwam werd hij overal lachend en warm als de gibbon onthaald zoals een lang verloren zoon van het dorp.

Ineke ontmoette zijn moeder en kon het meteen goed met haar vinden. Een lieve vrouw, maar ook een hele verdrietige vrouw die verlaten door de vader van Mally in het verleden bleef leven, en haar jongste zoon ontzettend gemist had. Twee oudere broers van Mally kwamen even gedag zeggen, en de meeste tijd brachten ze door in het huis van zijn zus. Zijn zus, trots op haar punk verleden, woonde hoogzwanger van haar tweede, en met haar kleine zoontje, een peuter nog, samen met Merv. Die Merv de perv werd genoemd en de wietdealer van het dorp was. Ineke voelde zich niet op haar gemak bij hen, en Merv bleef Mally steeds drank aanbieden ondanks dat Mally tegen zijn familie gezegd had dat hij gestopt was met drinken. Als ze samen s’avonds in bed lagen klaagde Mally dat hij Merv geen goede man vond voor zijn zus. Ineke was opgelucht dat Mally voet bij stuk hield. Na de eerste week, iedereen ontmoet te hebben, overal voorgesteld te zijn, kende Ineke inmiddels zelf de weg ook door het dorp. Dus toen Mally op een dag s’ochtends naar zijn zus vertrok, kon Ineke zelf een ochtend door het dorp en langs de winkeltjes wandelen en spraken ze af elkaar voor de lunch bij het huis van zijn zus te treffen.Toen ze daar aankwam hoorde ze de peuter huilen, de deur ging open en een wietlucht kwam haar tegemoet. De zus van Malcolm had een grote blauwe plek op haar wang, die ze weg lachte toen ze zag dat Ineke’s oog erop viel. Merv keek haar vervelend lang aan, maar het was vooral Mally die opvallend stil op de bank zat. ‘We gaan’ zei hij en pakte zijn jas, terwijl hij gedag zij en met Ineke vertrok. Buiten kon Mally zich niet lang inhouden en zijn houding werd vijandig. Merv had gezegd dat ze met hem geflirt had. Mally was woedend. Ineke wist niet wat ze hoorde, en wist dat ze als een kat in het nauw in de val zat nu het Merv gelukt was om Mally toch aan het drinken te krijgen. Gesterkt door het feit dat zij nu nergens naartoe kon, schold Mally haar uren uit, en overtuigde zijn vader ervan dat Ineke het in haar hoofd gehaald had met Merv te flirten en dat zijn zus haar wel in elkaar zou slaan. Ineke hoorde zijn vader lachen. Snel trok ze zich terug in de logeerkamer op de eerste verdieping. Vanachter de deur hoorde ze Mally tekeer gaan tegen zijn vader, die de kant van zijn zoon leek te kiezen. Ineke sloop de trap af naar de gang waar ze een gouden gids had zien liggen. Uit het zicht van de twee zocht ze het nummer op van een taxibedrijf en trok zich daarmee weer snel terug.

Ze hoorde Mally weg gaan, en ze wist dat zijn vader altijd in de keuken zat, dat aan de achterkant van het huis lag, en dus zag ze kans te vertrekken. Snel pakte ze haar spullen bij elkaar en belde een taxi. Muisstil sloop ze de trap af, die gelukkig bekleed was met vloerbedekking waardoor alle geluiden gedempt werden. De voordeur trok ze zachtjes achter zich dicht in de hoop de hond niet te alarmeren. Gelukt! Eenmaal buiten kwam de taxi er al aangereden en opgelucht stapte ze in. Zonder een echt plan, vroeg ze de chauffeur haar naar een hotel in de grotere stad Norwich te brengen. Vanaf daar zou ze wel verder kijken hoe ze thuis zou komen. Maar terug wilde ze niet.

Toen ze doorhadden dat Ineke verdwenen was, bleek het dorp te klein om lang geheim te houden waar ze naartoe gegaan was. Terwijl Ineke in haar hotelkamer genoot van de rust en haar beslissing om zelf te zorgen dat ze terug naar Nederland kwam, was Mally al onderweg naar haar toe. Drie uur na haar ontsnapping, gemaakt met haar gezonde verstand, stond Mally plots alsnog voor de deur van haar hotelkamer. Verslagen door haar mislukte poging liet ze zich overhalen met hem mee terug te gaan. Op voorwaarde dat ze hun vakantie daar de volgende dag zouden staken en terug gingen naar Nederland. Mally inmiddels weer nuchter maar erg geïrriteerd beloofde dat, en hij hield gelukkig woord. Tot grote ergernis van zijn familie vertrokken ze de volgende dag samen. Alleen zijn moeder leek het te begrijpen. Eenmaal in Nederland zouden elkaar daarna langere tijd niet meer zien.

‘Doe open!!’ Ineke kijkt naar de deur van haar badkamer. Ze zegt niets. Ze wil hier niet zijn. Ze hoort hoe hij op de deur bonkt, zijn stem dan weer vriendelijk en dan weer kwaad. Dan weer dicht bij dan weer ver weg. Hij zegt sorry.

Sorry, sorry, sorry. Het bonst in haar hoofd. Sorry, sorry, sorry..

Ze staat langzaam op en kijkt in de spiegel. Haar ademhaling oppervlakkig in haar borstkast. Ze herkent zichzelf niet. ‘Hij heeft me geslagen.. hij heeft me geslagen..’ verbijsterd kijkt ze zichzelf aan. ‘Hij heeft me geslagen. Wat moet ik doen? Wat moet ik doen?’ De deur kan niet open, ik kan er niet uit! 

Een half uur geleden wilde ze een pen van tafel pakken, Mally zat op de bank, hij was langs gekomen om te praten, en vlak voor het moment dat haar vingers de pen zouden raken sloeg hij haar hand weg. Geschrokken van zijn tik, en met pijnscheut door haar hand, keek ze hem aan, zijn blik pakte de hare en hij beet haar toe overal vanaf te blijven. Het was alsof alles even bevroor. Toen hij zag dat ze wilde reageren, maar nog voordat Ineke het zelf besefte, voelde ze een warme pijnlijke gloed door haar gezicht trekken. Het duizelde even, maar ze besefte ten volle wat er gebeurde, en rent langs hem weg naar de badkamer. Hij lacht haar uit, en roept dat ze zich toch niet kan verstoppen.

Ze laat zich tegen de muur vallen en glijd via de muur naar beneden. De paniek heeft plaats gemaakt voor een gecontroleerde ademhaling en ze staart strak voor zich uit. Haar hele wezen lijkt zich nu klaar te maken om deze situatie te willen overleven en al haar zintuigen staan op scherp. Ze luistert beter, hoort waar hij loopt, wat hij doet, hoe ver en hoe dichtbij hij is. Ineens beseft ze dat ze haar mobiele telefoon al die tijd al bij zich heeft. Dit keer belt ze de politie niet, maar een vriend.  ‘Ik heb NU hulp nodig, hij heeft me geslagen kom hem uit mijn huis halen!’ Ze hoort de paniek in haar eigen stem, en probeert uit alle macht te fluisteren. Ineke weet nog niet hoe ze bij de voordeur zal komen, maar ze spreken af dat als haar vriend voor de voordeur staat, hij haar eerst belt zodat ze weet dat hij er staat. Ineke zet haar telefoon op trillen. Het lijkt uren te duren maar binnen tien minuten trilt haar telefoon. Mally is stil. Ze weet niet waar hij nu is. ‘Shit, heeft hij haar gehoord?’

De badkamerdeur bevind zich drie meter bij de voordeur vandaan en haar woonkamer en keuken niet meer dan twee meter verderop. Plots hoort ze een keukenla opengaan, ‘NU!’ Ineke opent de deur en sprint naar de voordeur, die gelukkig niet op slot is gedaan, voor haar staat haar vriend, en achter haar verschijnt Mally. Terwijl Ineke langs haar goede vriend de galerij op rent, en zich daar verstopt, ziet ze hoe Mally hardhandig gedwongen haar huis verlaat. Ze voelt hoe haar hart breekt. Alsof ze hem tekort heeft gedaan. Er is niets dat nog klopt.

Maar het is allemaal voorbij.

 

(c) Wendert

 

Create a free website or blog at WordPress.com.

Up ↑