ce84a1174b16d2669781e82d2de7f8bb_large

 

Het is een klassiek plaatje, zoals ze daar door de straten van Montmartre struint.

Haar lange haren nonchalant verstopt onder de brede rand van haar grote zwarte hoed, het ceintuur van haar modieuze jas om haar slanke middel gestrikt, en een nauwsluitende pantalon met daaronder haar zwarte bescheiden hakjes.

De straatsteentjes van Montmartre laten haar zoeken naar haar balans. Ze houdt haar postuur vast, met moeite, en haar blik is meer naar binnen dan op haar omgeving gericht.

Ze is naar Parijs gekomen om afscheid te nemen van haar minnaar. Als ze een moment vinden om elkaar te zien. Als hij tenminste komt. Ze weet dat ze hem niet echt gaat missen, toch hoopt ze op een laatste ontmoeting. Maar ze is in Parijs, dus ook als hij er niet zal zijn, geniet ze van de stad. 

Parijs is niet haar favoriete stad, ondanks haar prachtige straten, mensen en gebouwen, ondanks de mode, de kunst, en de kleine balkonnetjes, ondanks de allure, de restaurantjes en de kleurrijke smaakvolle macarons, ondanks de drukte, de geheime trappetjes, en de liefde. Want die liefde, daar heeft Parijs haar niets in te bieden.

De eerste keer dat ze naar Parijs ging gaf de stad haar al haar idee van de liefde.  Het was een eindstation terwijl ze juist daar een nieuwe halte om in te stappen had gezocht. De Thalys had geen stoelen meer over, dus zaten ze apart. En dat bleven ze.                      Jaren later bezocht ze haar nog eens met een nieuwe liefde, naast elkaar wandelend door de straten, maakte de stad haar opnieuw duidelijk dat ook deze liefde niet voorbestemd was.  Ze kregen er ruzie en misten het vuurwerk bij de Eiffeltoren omdat het er die nacht niet was. Parijs gaf haar de koude schouder. En nu een aantal jaar later, is ze alleen gekomen.

Haar minnaar, een spannende Amerikaan, die haar hier komt opzoeken, die man laat ze maar al te graag los. Ze wist dat Parijs haar daar wel bij zou helpen.  En dit keer koos Parijs voor haar, dat wist ze zeker. Het was niet lang geleden dat Parijs zelf liefdeloos aangevallen werd. In de nacht van vrijdag de dertiende werden er op meerdere plekken aanslagen gepleegd want haar en haar inwoners tot diep in het hart raakte. Parijs trok haar verdedigingsmuren op, en liet niemand in of uit zonder de uitvoerige controle van haar soldaten. Dat had zij zelf ook moeten doen.  Al waren Parijs en zij het eens dat het geen manier van leven is..

Ze liep terug naar haar hotel, tijd om van schoenen te wisselen en haar hoge hoed op de stoel naast het bed in haar hotel neer te leggen. Vlakbij haar hotel stapte ze nog even een patisserie binnen, waar ze een amandel matcha croissant kocht.  De croissant besprenkeld met amandelen en gevuld met een zachte mousse smaakte naar groene thee, en ze sloot heel even haar ogen bij het eerste bescheiden hapje. Waarna ze het mee naar boven, naar haar hotelkamer, om in alle rust even te eten en de drukte van de stad te laten voor wat het was.

Niet veel later, hangend over het franse balkonnetje van haar homer, zag ze hoe hij door een vriend voor haar hotel werd afgezet.  Met dubbele gevoelens keek ze toe hoe hij uitstapte. Ze had zin om hem te zien, maar op hetzelfde moment dat hij hij daadwerkelijk voor haar hotel stond was ze het laatste beetje respect voor hem verloren. Ze was blij dat dit niet haar man was, ook al kwam hij nu wel voor haar. Hij wist het ook. In een poging zijn geweten te sussen pakte hij haar in een stevige omhelzing en sprak liefdevolle woorden waarvan ze beiden wisten dat het allemaal leugens waren gebleken. Ze liet hem begaan. Gaf een beetje toe aan haar eigen eenzaamheid. Als twee vreemden die de schijn hoog hielden van iets dat nooit echt was geweest, zaten ze naast elkaar op bed. Ze voelde zich een vrije vrouw. Dat was ze de afgelopen dagen in deze stad al geweest, nog voor hij het wist. Nu bekeek hij haar, er zat een spijt in zijn blik, maar wat heb je aan spijt? Deze zelfde week had Parijs haar alvast een les en een oefening voor vandaag gegeven. Alsof de duivel ermee speelde. De stad liet haar Wilfred tegenkomen, een color locale.  Hij kwam op haar pad en hij kwam haar meer tegen dan zij hem. Ze had zelf niet geweten waar ze heen liep, en dus gewoon maar wat aan het wandelen was gegaan. Hij deed dit wel vaker, een mooie vrouw bij de hand pakken en uitnodigen voor een bakje koffie. Die Wilfred kwam haar tegemoet gelopen.

‘Hello madame!’ Ze keek op en zag een zwerver staan. Sceptisch liet ze toe dat hij haar hand greep, twee vriendelijke ogen keken haar aan en ze luisterde naar zijn Frans met een beleefde glimlach terwijl ze haar hand langzaam terugtrok uit de zijne. Over gaande naar het Engels zei hij dat hij natuurlijk had kunnen weten dat zo’n lange mooie dame geen Francaise kon zijn, waarna hij bewonderend naar haar figuur keek. Ze kon er wel om lachen. ‘Ga je mee een koffie drinken?’

‘Eh..nee, nee, ik ben onderweg.’ Stamelde ze een beetje verbaasd over zijn directheid. ‘Kom! Je leeft maar een keer, ik wil gewoon even zitten en praten met deze mooie dame, dan delen we een sigaret, en dan sta je op en ga je weer verder op pad?’Ze keek hem zo kil mogelijk aan. ‘Wees niet bezorgd, ik ben gewoon vriendelijk, heb jij ook zin om vriendelijk te zijn?’ Ze ontdooide, dit was een grappige man. ‘Waarom ook niet? Dacht ze, en haakte haar arm in zijn uitnodigende arm en liep met hem mee. Vrolijk stak hij af in geklets terwijl ze de straat overstaken en neerstreken bij een van de kleine tafeltjes bij een cafe.

Het bleek zijn stamcafe te zijn, waar hij een graag geziene gast was, en terwijl hij als een heer plaats maakte zodat zij kon gaan zitten, bood hij haar een sigaret aan en bestelde twee koffie. Voor hij haar kon vragen waar ze vandaan kwam en wie ze was, was zij de eerste die de vragen stelde. Zijn naam was Wilfred, een lokale straat artiest verantwoordelijk voor een van de meest voorkomende zinnen die je tegenkomt terwijl je door de straten van Parijs struint. 

“L’amour court les rues! 

‘Wat betekent het?’ vroeg ze hem nieuwsgierig.. Wilfred ging ervoor zitten, en keek haar droevig aan.  Hij had eens een grote liefde gekend. Het was alsof alles op zijn plaats viel en tegelijkertijd niets meer klopte in zijn wereld toen hij haar ontmoette. En zo voelde het ook voor haar. Onafscheidelijk hadden ze samen van het leven genoten, ze werden overal samen gezien, mensen leken te worden aangetrokken door hun liefde, tot ze hem op een dag plots verliet. Ze was zo uit zijn leven gelopen, en hij had haar nooit meer gezien.  Gebroken dwaalde hij in de periode daarna door de straten, zoekend naar ogen zoals de hare, zoekend naar haar lach, kijkend naar andere gelukkige stelletjes, toen hem plots de zin binnenviel: ‘De liefde loopt door de straten.. ‘ Sindsdien siert hij de straten van Parijs op met zijn leus en zoekt hij ook andere street-art op, waarvan hij thuis een collectie maakt.

‘Hij kan het mooi vertellen, deze typische man’. Ze reageerde door hem te vertellen dat ze street-art een van de leukste vormen van kunstuiting vind omdat daar de vrijheid nog in zit, het heeft iets rebels en het is niet te vangen in een hokje. Het vrolijkt de straten op en kleurt gevels, zodat het niet langer grauw of grijs is en zet soms na tot denken of veroorzaakt een glimlach. Instemmend knikkend volgde hij haar enthousiasme. ‘Ja mensen zijn mooier als ze lachen, en haar lach was prachtig..’ Wilfred zag er slonzig uit, zijn haar door de war, een oude leger jas en afgetrapte schoenen. Hij had wel schone nagels en had zichzelf onlangs nog geschoren. Terwijl ze hem zo in zich opnam en naar zijn verhaal over de liefde luisterde, stond hij plots op en zei; ‘Kom mee, ik laat je het zien!’ Hij legde geld neer voor de rekening en pakte opnieuw haar hand. ‘Laat ik me maar gewoon storten in dit korte avontuur’, dacht ze. Geen idee waar hij het over had.‘Kijk! daar is er net een weg, merde! Ik heb m gemist, maar zijn stencil is nog nat, nu kan ik het voorzichtig van de muur afhalen en meenemen naar huis!’ Met grote zorg rolde hij het stuk papier van de muur en liet de lijm wat drogen. Als een teer stuk in zijn handen liep hij er vervolgens mee weg. ‘Ga maar mee zei hij dan laat ik het je zien, we gaan naar mijn huis.’

‘Wat ben ik in godsnaam aan het doen, flitste even door haar hoofd, maar ze liep mee. ‘Maak je geen zorgen, ik ben ook fotograaf. Ik doe de Paris Fashionweek enzo en maak ook portretten. Iedereen kent mij hier.’ Natuurlijk geloofde ze hem niet, maar aangezien hij de helft kleiner dan zij was, dacht ze, ik laat me gewoon meevoeren, heb toch niks anders te doen. Als er iets gebeurd kan ik hem vast wel aan. Wandelend richting zijn huis, wees hij op verschillende plekken de street-art van anderen aan en ook zijn eigen leus. ‘Ik heb ermee in de krant gestaan’ vertelde hij vol trots. In Parijs ben ik op mijn manier een klein beetje beroemd. En inderdaad, overal waar hij met haar langsliep zeiden de mensen hem gedag.                                                                                     Zijn appartement was klein, in de woonkamer lag wiet, dat hij haar aanbood, maar ze weigerde, en er stond een groot rommelig bed, een oude versleten bruine leren bank. Aan de muren hingen verschillende foto’s. Mooie foto’s.                                                  ‘Wijn?’                                                                                                                                                  Ze pakte de fles die hij haar overhandigde aan en schonk het glas halfvol dat hij haar zojuist gegeven had.  ‘Heb je die foto’s zelf gemaakt?’                                                              ‘Ja, natuurlijk, ik heb je toch verteld dat ik fotograaf ben? Mag ik van jou mooie foto’s maken? Je bent prachtig, ik wil het vastleggen, dit moment ook, het is mooi zo.’’Ik ben geen model’ hoorde ze zichzelf leggen, en ik ben niet zo goed in poseren en foto’s.         ‘Ga eens bij het raam staan, doe maar, dan maak ik een foto!’  Zijn vrolijke toon maakte het moeilijk om nee te zeggen, dus ging ze ongemakkelijk bij het raam staan.

‘Klik! Klik!’ Hij schoot een paar foto’s. En pakte haar daarna in een omhelzing vast.        ‘Ik wil met jou vrijen..’                                                                                                                      Nu moest ze zelf echt even terug naar de realiteit. Ze dacht aan haar minnaar, aan het kleine appartement waarin ze zich nu bevond en aan de vraag; Hoe kom ik hier weg?’       ‘Nee, zei ze resoluut.’ Er was niets meer van haar eerdere onzekerheid over. ‘Wilfred, ik ga niet met je vrijen, echt niet.’                                                                                                  ‘Wees maar niet bang’ Zei hij. ‘Ik geef je nu mijn nummer en dan bel je me later. Dan ga je met me mee wijn drinken met mijn vrienden, ik nodig jou uit!’                               ‘Bedankt Wilfred, ik heb genoten van de wandeling met je, en van je gastvrijheid, maar nu moet ik echt gaan’. Haar wijnglas laat ze achter op zijn tafel en pakt haar jas nog voordat hij dit voor haar kan doen. Ze zag zijn gebaar en beleefd gaf ze hem nog een kus op zijn wang, waarna ze zichzelf naar buiten liet, zijn appartement uit.

Dat was minder moeilijk dan ze had gedacht, hij loopt haar ook niet achterna.  Verbaasd over haar eigen assertiviteit en trots op zichzelf dat ze zo duidelijk voor zichzelf gekozen heeft, wist ze nu, dat ze dit ook met hem zou doen. Wilfred belde ze niet meer.                En diezelfde boodschap zou ze haar minnaar ook geven.

Dat is wat door haar hoofd gaat terwijl hij haar zoent. Hij zoent lekker, en ze wist dat hij ook lekker vrijen kon. Alleen dit moment was er nog, waarna ze elkaar nooit meer zouden opzoeken of zien. Dus vreeën ze. Ze vreeën alsof ze bij elkaar hoorden, en hadden sex alsof ze twee vreemden waren.  Waarna ze beiden stil vielen en elkaar niets meer te zeggen hadden. Ze liet hem rustig bekijken wat hij nu wilde doen. En hij stamelde onsamenhangende zinnen over het leven en zichzelf. Probeerde zijn innerlijke complexen uit te leggen, zaken die haar allang niet meer interesseerde, sinds ze zelf zijn spelregels had begrepen en was uitgespeeld. Nu keek ze naar hem, zoals ze dat deze dagen al eens eerder had gedaan. Bij Wilfred. Alsof Parijs haar een les mee had willen geven voor dit moment.                                                                                                                    ‘Ik wil dat je gaat.’ Ze pakte zijn jas en bood hem die resoluut aan. ‘Ik wil dat jij naar huis gaat, naar je vrouw, en de keuzes maakt die je hoort te maken. Mij niet meer belt, of opzoekt.’ Hij knikte alleen maar en trok zijn jas aan. Daarmee liet ze hem de deur uitstappen, die ze rustig achter hem sloot. Ze keek hem nog even na, vanachter het gordijn van het raam, hetzelfde raam dat eerder nog open had gestaan zodat ze vanaf haar franse balkon de straat in had kunnen kijken. Maar nu had ze geen behoefte om hem tegemoet te zien. Ze wilde dat hij met elke stap die hij nam meer uit haar leven verdween.

Parijs had haar onder haar vleugels genomen. En dit keer had ze haar les begrepen. Parijs voelde als een goede vriendin die haar de waarheid had vertelt.           Wilfred had gelijk.  De liefde loopt door de straten van Parijs, soms niet helemaal zoals het hoort, of zoals je het verwacht. Op een dag zal ze nog een keer in Parijs zijn, en als de liefde dan goed zit, zal de stad haar alle romantiek van zichzelf geven. Zoals alleen zij dat kan.

‘L’amour court les rues!’

Advertisements