362c8eaa148d24c1d389c8ea229e3c05

… De rubberen zool van haar linkerschoen kraakt een beetje bij elke stap die ze zet.

Het zachte geluid zet een ritme vast in haar gedachten.

Een ritme dat ze volgt, zoals een soldaat marcheert, recht op het doel af.

Dat durft ze niet.

Ze houdt even halt..

Hoewel het bijna onhoudbaar is wil ze niet tot impulsieve acties overgaan.

Niemand die het weet. ‘Laat ik dat vooral zo houden’ Zegt ze tegen zichzelf.

Ze loopt verder, haar zool kraakt weer, en ze glijdt terug in het ritme van haar gedachtes.

Ze heeft het warm, maar het komt niet in haar op de sjaal die ze om haar hoofd draagt, wat losser te trekken, zodat er lucht bij kan.

Tussen haar schouderbladen trekken haar spieren samen en er staat een constante druk op haar ogen.

Er is niemand die het aan haar ziet.

Met een ruk draait ze zich om.

‘Shit!’ Haar ademhaling versnelt, haar ogen slaat ze snel neer, even friemelt ze langs de zoom van haar jas. Ze voelt hoe haar sjaal achter op haar hoofd langs haar haren naar beneden zakt.

‘Nu niet in paniek raken’ Ze wil niet in paniek raken.

Ze weet dat wat ze aan het doen is niet klopt. Dit kan ze niet maken. Een golf van eenzaamheid overvalt haar en snel duwt ze de donkere consequenties van haar gevoelens weg.

Ze staat met haar rug naar het trottoir en laat de mensen voorbij wandelen terwijl ze in de winkelruit kijkt. Ze kijkt naar zichzelf, en dan weer naar de mensen. De vrouw die naar haar terugkijkt lijkt een vreemde. Ze herkent haar niet maar de verwarring in haar blik wel. Toch houdt ze van haar, ook als ze er niet mag zijn. Ook als wat ze aan het doen is niet mag.

Ook als niemand het weet. Ze staat daar.

Ze weet het niet.

Ze weet niet meer wat ze moet doen. Ze kan geen kant op. Hier had ze niet aan moeten beginnen. De zwaartekracht zuigt haar vast aan de grond, het duizelt haar een beetje.

In de etalage van de winkel staan tijdschriften en boeken, ze laat haar blik over de titels gaan zonder er eentje werkelijk te lezen en kijkt dan weer snel terug in de weerspiegeling van de ruit.

Nu is het moment, ze telt de stappen die zij nog moet zetten.

Met haar hoofd licht gebogen draait ze zich half om, ze houdt haar adem in en strekt haar vingers uit. Vlinderlicht raken haar vingertoppen de achterkant van haar jas.

En weg is ze. Ze loopt door. Ze heeft het niet gemerkt.

Haar mond voelt droog, en ze hoort en ziet even niets of niemand meer.

Niemand heeft iets door gehad.

Opgelucht haalt ze adem, voor vandaag is het genoeg.

Zo dichtbij haar is ze nog niet eerder geweest.

Ze hoort het ritme van het lichte gekraak van haar rubberen zool weer, het geluid irriteert. Met tegenzin wandelt ze terug naar huis.

Naar hem.

Advertisements